In de kijker:

Museum verwerft ontzegelvork met uitneembare naalden

In de 19de eeuw schakelden vele korfimkers over naar korven met uitneembare ramen. De honingramen moesten niet langer geperst worden, maar konden leeggeslingerd worden. Honingbijen verzegelen de gevulde honingcellen met een wasdekseltje. Deze verzegeling moet voor het slingeren worden verwijderd. Oorspronkelijk gebruikte men hiervoor ontzegelmessen, maar eind 19de eeuw (1890) schakelde men over naar ontzegeleggen en ontzegelvorken. Met vorken - mits ze regelmatig gespoeld worden met koud water - gaat ontzegelen veel makkelijker.

Overzichtstentoonstelling te Aalst

De Aalsterse imkersvereniging ‘De Vlijtige Bie’ vierde begin juni 2013 haar 100-jarig bestaan. Zij stelde niet alleen haar jubileumboek ‘100 jaar imkersgilde De Vlijtige Bie’ voor, maar organiseerde ook een overzichtstentoonstelling in de Sint Annazaal te Aalst, waaraan het Bijenteeltmuseum Lanaken met de uitleen van didactisch materiaal en oude imkersgereedschappen mocht meewerken.

Oude imkerij op Erfgoeddag

Op zondag 21 april namen Hans en Fridy Maurer, Schophem 2 te ‘s Gravenvoeren deel aan de Erfgoeddag. Onder de titel ‘Het verdriet van de imker’ werd vooral stilgestaan bij het aloude imkersambacht, waarvan het onderdeel ‘de korfimkerij’ bijna volledig verdwenen is. Theo Broers uit Voeren leverde diverse oude gevochten bijenkorven en allerhande imkersmaterialen. Ook het Bijenteeltmuseum Lanaken maakte onder meer met het tentoonstellen van de diverse bijenkasttypes het overzicht op de oude imkerij tijdens deze Erfgoeddag compleet.

Erfgoeddag ‘s Gravenvoeren

Op zondag 21 april neemt ook ‘s Gravenvoeren deel aan de Erfgoeddag. Onder de titel ‘Het verdriet van de imker’ wordt even stilgestaan bij het aloude imkersambacht. Het Bijenteeltmuseum Lanaken verleende haar medewerking in de vorm van de uitleen van oude imkermaterialen. De ‘Potpourri-imkerij’ gaat door bij H. & F. Maurer, Schophem 2 te ‘s Gravenvoeren van 10 tot 18 uur.

Blaasbalgberoker

Martin Castermans (1922-2007) was niet alleen een vermaard imker in Munsterbilzen, hij was tot 2005 ook voorzitter van imkersvereniging ‘De Immekring Bilzen’. Martinus kreeg de kriebel van het imkeren te pakken toen hij 20 jaar oud was. In de jaren ‘80 bezat hij meer dan 40 bijenvolken waarmee hij rondreisde naar de verschillende drachtgebieden, voornamelijk de klaverdracht in Zwartberg en de heidedracht in Zutendaal. Aan de Hoveweg in Munsterbilzen had hij zijn vaste standplaats, waar voldoende ruimte was voor het opstellen van zijn productievolken met bijhorende afleggers.

 

Klobe

Het Kleine Bijenteeltmuseum te Lanaken groeit stilaan uit haar voegen. Regelmatig worden nieuwe collectiestukken verworven. Zo schonk een imker uit Genk zopas nog een originele ‘klobe’. Bijenkoninginnen moeten soms tijdelijk worden opgesloten. Hiervoor werden door de jaren heen diverse arrestkooitjes ontwikkeld. Duitse korfimkers voerden rond 1870 hun koninginnen in met zogenaamde ‘Kloben”. Deze invoerkooitjes werden meestal gemaakt uit dennenwortel. 

 

Bisschopsmuts

De bisschopsmuts - ook bisschopskorf of klapmuts genoemd - bestaat uit een van wilgentenen gevlochten mand, welke wordt afgedekt met buntgras. Een muts van stro beschermt de korf tegen waterinsijpeling bij regenweer. 

De bisschopsmuts werd tot 1900 voornamelijk gebruikt door Hollandse imkers (omgeving van Arnhem en Hengelo). Bijenhouden in deze korf was echter niet zo eenvoudig. De korf diende van binnenuit gespijld te worden en door de geringe ruimte in de korf en de spijlen waren de honingraten zeer moeilijk uit te breken.   

Pijp bij imkers nog steeds in trek

Roken kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Dat wist Gustav Dathe (1813-1880) al 150 jaar geleden, toen hij zijn bekende Dathepijp ontwierp om bijen te beroken. Vandaag de dag is deze pijp bij vele imkers nog steeds ‘in trek’. Rook kalmeert immers de bijen en verdrijft ze, waardoor het voor de imker heel wat makkelijker wordt om in zijn bijenkasten te werken. In een Dathepijp kan zowat alles dat branden wil, gestookt worden. De rook wordt niet verwekt door trekken, maar door blazen, waardoor er geen rook geïnhaleerd wordt.

Tongmeter

Op het einde van de 19de eeuw werd er heel wat onderzoek verricht naar de tonglengte van honingbijen. Vastgesteld werd, dat bijen met een langere tong, meer nectar verzamelden. Nectarbronnen in nauwe en diepe bloemkelken (bijvoorbeeld rode klaver) kunnen enkel door langtongige bijen bezocht worden. Om de teelt van langtongige honingbijen te bevorderen, ontwierp imker Charton-Froissard uit Frankrijk rond 1870 een eerste eenvoudig tongmeettoestel. Begin 20ste eeuw werd deze tongmeter geperfectioneerd. De meeste imkers noemden dit apparaatje de Glossometer van Charton.

Pagina's