In de kijker:

Originele verpakkingsdoos Cogeverbokalen?

De weduwe van een in 2014 overleden imker uit Neerharen bracht vandaag (17 november 2015) enkele lege honingbokaaltjes terug, die ze opgeborgen had in een oude kartonnen doos. De doos is in redelijk goede staat en binnenin zit een uitneembaar kartonnen rooster ter bescherming van de honingglazen. De doos zelf wordt in vorm gehouden door koperen krammen. Meer dan waarschijnlijk is dit nog een authentieke verpakkingsdoos van Cogever honingbokalen, welke nog ontbreekt in de uitgebreide collectie honingbokalen van het Bijenteeltmuseum.

Vulkaanberokers

De firma König uit Gaggenau (Schwarzwald) startte in 1901 met de productie van vulkaanberokers. Vulkaanberokers zijn uitgerust met een veerwerk dat - net zoals een uurwerk - met een sleutel moet opgewonden worden. Het veerwerk, dat met een schakelaar aan- en uitgezet kan worden, zorgt voor de luchttoevoer in de beroker. De eerste vulkaanberokers hadden 2 verschillende doormeters. Het onderste en breedste deel bevatte het veerwerk. Voor de gebruiksveiligheid werd de buitenmantel voorzien van verluchtingsgaten.

Honingpotjes

Het bijenteeltmuseum is steeds op zoek om haar collectie honingpotjes uit te breiden. Honingpotjes zijn vandaag de dag blijkbaar een gegeerd item van menig verzamelaar. Ze zijn daardoor steeds moeilijker te vinden. Groot was onze verbazing toen we begin deze week een grote kartonnen doos aangeboden kregen, die boordevol gevuld was met honingpotjes. Vanzelfsprekend werd dit in dank aanvaard. Het betekent weerom een mooie aanvulling van de collectie honingpotten.

Asbak in de vorm van een honingbij

Van deze metalen asbak in de vorm van een honingbij werden er waarschijnlijk meer dan een miljoen exemplaren gefabriceerd. Vooral in de jaren 1950 tot 1970 stond deze asbak vervaardigd in Marokaans koper-messing op de tafel bij menig imker. Bij gebruik diende men de vleugels (deksel) open te klappen. Erg praktisch in gebruik was hij niet. Hij viel nogal eens om en hij was moeilijk proper te maken. Deze asbak stond daarom meestal louter als sieraad opgesteld. Waarschijnlijk is deze asbak (13 cm) een reproduktie van een veel kleiner model uit het begin van vorige eeuw.

Zwermspuit

Tot de jaren 1950 maakten imkers gebruik van een zwermpuit. Hierbij werd een nevel van waterdruppels over de zwerm gespoten, met als doel dat de zwerm snel tros zou vormen. Eens de bijen tros gevormd hadden, werd de zwerm nog regelmatig nat gespoten met een fijne nevel, om te voorkomen dat hij weg zou vliegen. De spuit op de afbeelding vonden we vandaag (30-08-2015) op een rommelmarkt. Lengte (gesloten) 52 cm; lengte (open) 88 cm; Doormeter spuitbuis 3 cm; pomp in geel koper; houten handvat. Op de spuitbuis: “Seringue bruineuse - S.M. Paris - Breveté S.G.D.G. - à deux et plusieurs effets”.

Beroker en kapruin van Giel Loubele

Imker en fruitteler Giel Loubele (1921-1998) imkerde vanaf 1947. Zijn bijenkorven en -kasten stonden opgesteld in een klein halletje aan de Heidemolen, de banmolen van Pietersheim Lanaken. Na de dood van zijn echtgenote Miet Cops (1922-2011) bleef de Heidemolen - vanaf 2005 beschermd als monument - enige tijd onbewoond. Sinds kort kreeg de molen een nieuwe eigenaar. Bij opruimingswerken doken nog enkele imkersmaterialen op, die destijds door imker Giel gebruikt werden. Deze materialen, waaronder een kapruin en een beroker, krijgen een eervol plaatsje in het Bijenteeltmuseum Lanaken.

Museum verwerft kunstraatgietvorm Rietsche

De firma Rietsche werd in 1883 opgericht, en produceerde kunstraatgietvormen en bijenteeltmaterialen. In 1885 toonde Bernard Rietsche (1855-1912) uit Biberach/Schwarzwald op een imkersbijeenkomst in Breslau zijn metalen gietvorm voor het gieten van waswafels. Een jaar later produceerde hij het 10.000-ste exemplaar. In 1910 verliet de vijftigduizendste, en in 1924 de honderduizendste gietvorm de fabriek van Rietsche, waar men vandaag de dag nog steeds de modernste kunstraatmachines voor de wereldmarkt produceert. De kunstraatgietvorm op afbeelding werd geschonken door imker H. Seevens.

Tondeldoosje

In het bijenteeltmuseum Ecopoll te Geffen troffen we tussen de collectie Dathepijpen ook enkele tondeldoosjes aan. De tondeldoos is eigenlijk de voorloper van de lucifer, en diende dus om ‘vuur’ te maken. Het was een doosje waarvan de inhoud bestond uit tondel, een licht ontvlambaar materiaal. Dit kon bijvoorbeeld een stukje gedroogde tonderzwam zijn. Hiernaast had men nog een vuursteentje en een metalen ring, het vuurslag, nodig. Deze bestond uit koolstofhoudend ijzer.

Oude korfvlechtmaterialen

Op 6 juni 2015 bezochten imkers uit Lanaken en Hamont-Achel het bijenteeltmuseum Ecopoll te Geffen (NL). Het museum heeft een uitgebreide collectie materialen die in vroegere tijden door de korfvlechters gebruikt werden. Als bindmateriaal gebruikte men in onze streken meestal braamstengels. Op de afbeelding zien we o.a. een krispelrasp voor het verwijderen van de doornen van deze braamstengels, een polsbeschermer tegen verwondingen door doornen bij het bewerken van braamstengels, en een aantal spleutstekers waarmee men de braamstengels kon splijten.

Nieuwe imkers maken kennis met oude imkerij

Op zondagmorgen 31 mei ging de laatste les van de ‘Cursus voor beginnende imkers’ uitzonderlijk door in het Bijenteeltmuseum Lanaken. De conservator van het museum verduidelijkte beknopt de evolutie van de imkerij en besteedde ruime aandacht aan de koninginnenteelt, omdat dit thema niet in de imkerscursus aan bod was gekomen. Voorts gaf hij nog diverse tips bij het opstarten van de imkershobby en wees hij op de belangrijke rol die het bijenteeltmuseum vervult als ‘kennis- en praktijkcentrum bijenteelt’ voor de imkers uit Lanaken en omgeving.

Pagina's