In de kijker:

Leerlingen T.I. Sparrendal bezoeken Bijenteeltmuseum

Deze week bezochten leerlingen van het T.I. Sparrendal in afzonderlijke groepen het Bijenteeltmuseum. Ze kregen tijdens een korte rondleiding in het museum uitgebreide info over de insectenwereld, waarbij - vanzelfsprekend - de meeste aandacht uitging naar het leven van de honingbij. Bijzonder veel interesse was er voor een kijkje in een echte bijenkast. Enkel de ‘durvers’ mochten - met kapruin op - op inspectie in de bijenhal. Op de foto een groep leerlingen van Campus T.I. Sparrendal, die op donderdag 13 juni het museum en de bijenstand bezocht.

Museum verwerft originele ‘de Layenskast’

Georges de Layens (1834-1897) introduceerde in Frankrijk als een van de eersten een kast met losse ramen. De door hem ontwikkelde kast heeft een vaste bodem en ramen met direct aan elkaar sluitende toplatten. De kast wordt van boven afgesloten met een deksel die middels scharnieren aan de voorkant van de kast vastzit. Het vlieggat zit onderin midvoor. Hij wilde in deze kast voldoen aan de door Huber beschreven ruimtebehoefte voor het broednest van een bijenvolk. De ramen van deze kast hebben daarom de tamelijk forse afmeting van 31 x 37 cm.

Museum verwerft ontzegelvork met uitneembare naalden

In de 19de eeuw schakelden vele korfimkers over naar korven met uitneembare ramen. De honingramen moesten niet langer geperst worden, maar konden leeggeslingerd worden. Honingbijen verzegelen de gevulde honingcellen met een wasdekseltje. Deze verzegeling moet voor het slingeren worden verwijderd. Oorspronkelijk gebruikte men hiervoor ontzegelmessen, maar eind 19de eeuw (1890) schakelde men over naar ontzegeleggen en ontzegelvorken. Met vorken - mits ze regelmatig gespoeld worden met koud water - gaat ontzegelen veel makkelijker.

Overzichtstentoonstelling te Aalst

De Aalsterse imkersvereniging ‘De Vlijtige Bie’ vierde begin juni 2013 haar 100-jarig bestaan. Zij stelde niet alleen haar jubileumboek ‘100 jaar imkersgilde De Vlijtige Bie’ voor, maar organiseerde ook een overzichtstentoonstelling in de Sint Annazaal te Aalst, waaraan het Bijenteeltmuseum Lanaken met de uitleen van didactisch materiaal en oude imkersgereedschappen mocht meewerken.

Oude imkerij op Erfgoeddag

Op zondag 21 april namen Hans en Fridy Maurer, Schophem 2 te ‘s Gravenvoeren deel aan de Erfgoeddag. Onder de titel ‘Het verdriet van de imker’ werd vooral stilgestaan bij het aloude imkersambacht, waarvan het onderdeel ‘de korfimkerij’ bijna volledig verdwenen is. Theo Broers uit Voeren leverde diverse oude gevochten bijenkorven en allerhande imkersmaterialen. Ook het Bijenteeltmuseum Lanaken maakte onder meer met het tentoonstellen van de diverse bijenkasttypes het overzicht op de oude imkerij tijdens deze Erfgoeddag compleet.

Erfgoeddag ‘s Gravenvoeren

Op zondag 21 april neemt ook ‘s Gravenvoeren deel aan de Erfgoeddag. Onder de titel ‘Het verdriet van de imker’ wordt even stilgestaan bij het aloude imkersambacht. Het Bijenteeltmuseum Lanaken verleende haar medewerking in de vorm van de uitleen van oude imkermaterialen. De ‘Potpourri-imkerij’ gaat door bij H. & F. Maurer, Schophem 2 te ‘s Gravenvoeren van 10 tot 18 uur.

Blaasbalgberoker

Martin Castermans (1922-2007) was niet alleen een vermaard imker in Munsterbilzen, hij was tot 2005 ook voorzitter van imkersvereniging ‘De Immekring Bilzen’. Martinus kreeg de kriebel van het imkeren te pakken toen hij 20 jaar oud was. In de jaren ‘80 bezat hij meer dan 40 bijenvolken waarmee hij rondreisde naar de verschillende drachtgebieden, voornamelijk de klaverdracht in Zwartberg en de heidedracht in Zutendaal. Aan de Hoveweg in Munsterbilzen had hij zijn vaste standplaats, waar voldoende ruimte was voor het opstellen van zijn productievolken met bijhorende afleggers.

 

Klobe

Het Kleine Bijenteeltmuseum te Lanaken groeit stilaan uit haar voegen. Regelmatig worden nieuwe collectiestukken verworven. Zo schonk een imker uit Genk zopas nog een originele ‘klobe’. Bijenkoninginnen moeten soms tijdelijk worden opgesloten. Hiervoor werden door de jaren heen diverse arrestkooitjes ontwikkeld. Duitse korfimkers voerden rond 1870 hun koninginnen in met zogenaamde ‘Kloben”. Deze invoerkooitjes werden meestal gemaakt uit dennenwortel. 

 

Pagina's