Museum verwerft originele ‘de Layenskast’

Georges de Layens (1834-1897) introduceerde in Frankrijk als een van de eersten een kast met losse ramen. De door hem ontwikkelde kast heeft een vaste bodem en ramen met direct aan elkaar sluitende toplatten. De kast wordt van boven afgesloten met een deksel die middels scharnieren aan de voorkant van de kast vastzit. Het vlieggat zit onderin midvoor. Hij wilde in deze kast voldoen aan de door Huber beschreven ruimtebehoefte voor het broednest van een bijenvolk. De ramen van deze kast hebben daarom de tamelijk forse afmeting van 31 x 37 cm. De verticale latten van deze ramen rusten op de bodem van de kast zodat het gewicht van de ramen niet alleen door de oortjes van de ramen wordt gedragen. In deze kast staan de ramen in koudbouw. Het broednest van normaal gesproken 9 ramen zit daarbij in de midden. De honing wordt geoogst vanuit de ramen aan de beide buitenkanten. In de winter wordt het broednest door ingeplaatste wanden van de rest van de kast afgeschermd. De standaard de Layenskast heeft zo‘n 14 ramen, maar er zijn ook de Layenskasten tot wel 24 ramen breed, en voor kleine volken zijn er ook smallere. Deze de Layenskast werd door imkersgilde De Vlijtige Bie Aalst aan het bijenteeltmuseum geschonken.