Nieuwe biologische varroabestrijding op komst

In de EU alleen al worden meer dan 14 miljoen bijenvolken bedreigd door de varroamijt. Aangetaste kolonies van de Westerse honingbij gaan onbehandeld binnen 2 tot 3 jaar verloren. Ondanks de grote vraag naar Varroabehandelingsmethoden, die noch de bijen schaden, noch residuen achterlaten in bijenproducten, er is tot op heden nog geen effectieve biologische bestrijdingsaanpak.
Vaak zijn de bestaande bestrijdingsmiddelen ofwel niet effectief genoeg, veroorzaken zij resistentie bij de parasiet of blijven er residuen achter in de bijenproducten. De meeste bestrijdingsmiddelen kunnen pas na het einde van de honingdracht worden ingezet en dit is vaak te laat voor een succesvolle bestrijding van de varroamijt. Daarenboven veroorzaken bijna alle bestaande bestrijdingsmiddelen schade aan het bijenbroed en aan de volwassen bijen.
Wetenschappers van de Universiteit van Hohenheim slaagden erin om te bewijzen dat sexferomonen een belangrijke rol spelen bij het sexueel verkeer van de mijten. Zij ontwikkelden nu een methode waarmee biologisch actieve geurstoffen van mijtvrouwtjes kunnen worden geïsoleerd en gewonnen.Daarmee legde men de basis voor een nieuwe biologische bestrijding van de mijtbesmetting, doordat het feromoon gebruikt kan worden om het voortplantingsgedrag van de mannelijke mijt duurzaam verstoren.
Varroamijten parasiteren volwassen bijen en bijenbroed. Bij de voorplanting moet de vrouwelijke mijt vlak voor de verzegeling de broedcel binnendringen. Hier legt ze een aantal eitjes waaruit zich 1 mannelijke mijt en 1 tot 3 vrouwelijke mijten ontwikkelen. In de verzegelde broedcel worden de dochtermijten door het mannetje bevrucht. Alleen de bevruchte dochtermijten verlaten - samen met de moedermijt en de uitgekomen jonge bij - de broedcel.
De Hohenheimer wetenschappers kunnen duidelijk aantonen dat na het inbrengen van de sexferomonen in het broed, het voortplantingsgedrag van de mannetjesmijten zodanig wordt verstoord, dat de paring van de dochtermijten soms niet plaatsvindt of dat er aanzienlijk minder zaadcellen worden overgedragen. Niet bevruchte dochtermijten zijn minder vitaal en kunnen in een latere voortplantingscyclus geen vrouwelijke (dwz bevruchte) eitjes leggen. Op deze wijze kan de varroabesmetting duurzaam gereduceerd worden. Doordat dit sexsferomoon voor de honingbij totaal onschadelijk is en geen residuen in bijenproducten achterlaat, is deze beschreven methode ook de eerste biologische én bijenvriendelijkste varroabestrijdingsmethode.

© 2014 Technologie-Lizenz-Büro (TLB) der Baden-Württembergischen Hochschulen GmbH