Voorkom roverij

LANAKEN - De nieuwe imkers kregen elk een startvolk waarvan de raszuivere bijen (carnica) alle goede eigenschappen hebben zoals o.a. een hoge haalddrift, zachtaardigheid en raamvastheid. Deze volkjes zijn momenteel nog gehuisvest in vijfraamskastjes. Het deksel van een dergelijk kastje is voorzien van twee gaten: een verluchtingsgat (voorzien van een fijnmazig gaas) en een voedergat. Alhoewel het niet veel uitmaakt hoe men het deksel op het kastje legt, maakt de imker er toch best de gewoonte van, om het deksel telkens terug te leggen met het verluchtingsgat aan de voorkant (naar de vliegopening) en met het voedergat aan de achterzijde. We doen dit omdat het voeder - en dan bedoelen we vooral het voeder dat eventueel gemorst wordt - dan zover mogelijk van het vlieggat op de kastbodem terecht komt, waardoor de kans op roverij aanzienlijk afneemt. Ook bij het overplaatsen van het bijenvolk naar een 10-raamskast houden we deze goede gewoonte aan. De foto toont twee vijfraamskastjes die reisklaar staan. Het vlieggat is gesloten en het verluchtingsgat staat open.